 |
DISCORSO DI GIOVANNI PAOLO II AD UN
GRUPPO DI STUDENTI BELGI
Sabato, 10 aprile 1982
Het is voor mij een grote vreugde u hier te ontvangen en te begroeten, u allen,
leraren en leerlingen van drieentwintig katholieke instituten uit de provincie
Limburg in België. In het bijzonder wíl ik het college Sint-Hubertus uit
Neerpelt begroeten dat op zo lofwaardige en gelukkige wijze zijn traditie
voortzet en voor de tweeentwintigste keer de jaarlijkse paasbedevaart naar Rome
heeft georganisserd.
U bent naar Rome gekomen in de moniste tijd van het jaar, in de lente waarin de
natuur uit de winterse dood ontwaakt tot nieuw leven en waarin de Kerk het
hoogtepunt van haar liturgische jaar viert, het Paasfeest, de herdenking van de
dood en de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus, die aan de dood «is
overgeleverd om onze zonden en verrezen is om onze rechtvaardiging» (Cfr.
Rom. 4, 25). «Dood ons doopsel zijn wij ingetreden in dit paasmysterie van
Christus, zijn wij met Hem gestorven en begraven om met Hem tot een nieuw leven
op te staan» (Cfr. Liturgia in Vigilia Paschali).
Gij, jonge mensen die op de drempel van het volwassen leven staat, gij zult het
geloof waaraan gij door het doopsel deelachtig zijt geworden, nu bewust moeten
aanvaarden en in uw leven verwerkelijken. Met name in de komende heilige
paasnacht, tijdens de Paaswake, zult gij de gelengenheid hebben uw doopsel to
hernieuwen en uw geloof to bevestigen en to versterken. Van deze hernieuwing van
uw doopbeloften uit zult gij uw jonge leven moeten opbouwen als een leven in
geloof, als een leven dat uit kracht van Gods genade de liefde in de wereld
uitdraagt, een echte, diep christelijke liefde die de maatschappij kan omvormen
en vernieuwen door in de plaats van onrechtvaardigheid, uitbuiting en tweedracht,
rechtvaαrdigheid, eerbied voor de medemens en vrede to stellen. In uw jonge
handen ligt de toekomst "van de Kerk en van uw vaderland. Spant u in voor een
goede toekomst, door uzelf steeds meer to bekleden met het nieuwe leven dat zijn
bron heeft in de verrijzenis van onze Heer, het leven van geloof, hoop en liefde.
Ik wens u van harte toe dat de verrezen Heer u steeds mag vergezellen in uw
leven en gwarne verleen ik u daarvoor mijn Apostolische Zegen.
|