The Holy See
back up
Search
riga

DISCORSO DI GIOVANNI PAOLO II
AI PROFESSORI UNIVERSITARI DEI PAESI BASSI

Lunedì, 6 novembre 1989

 

Gaarne betuig ik u, leden van de Algemene Presidenten Vergadering van de Nederlandse Universiteiten, mijn oprechte dank voor dit bezoek. Met veel genoegen heb ik uw wens om tijdens uw studiereis in Italië ook de bisschop van Rome te ontmoeten willen vervullen. Ik heb in die wens een teken gezien van uw belangstelling als verantwoordelijken voor het culturele en wetenschappelijke leven in uw land voor die andere vorm van kennis die het geloof is.

Het tweede Vaticaans Concilie heeft de geesteshouding betreurd van sommigen die menen dat er een onderlinge tegenstelling is tussen geloof en wetenschap. Het heeft er ook op gewezen dat de rechtmatige autonomie van de wetenschap niet verkeerd begrepen moe worden als een onafhankelijkheid van God. Het heeft verklaard: « Het methodisch onderzoek in alle takken van de wetenschap zal, wanneer het maar werkelijk op wetenschappelijke wijze en volgens de normen van de moraal wordt verricht, in feite nooit met het geloof in tegenspraak zijn, want het profane en het geloof hebben in dezelfde God hun oorsprong »[1].

Juist in onze dagen lijkt een zuivere relatie tussen wetenschap en geloof bijzonder noodzakelijk vanwege de enorme ethische proble- men welke de vooruitgang van wetenschap en techniek zelf heeft doen ontstaan: gevaren van de vervuiling van het milieu, van de conventionele, chemische en nucleaire bewapening, van de manipu- latie van het genetische erfgoed. Zo wordt ook de wetenschap, die ten dienste van de mens staat, maar zich soms op beangstigende wijze tegen de mens lijkt te keren, op nieuwe wijze geconfronteerd met de existentiéle vragen: wie is de mens, vanwaar komt hij en waar gaat hij heen? Het is op deze fundamentele en beslissende vragen dat het christelijke geloof een antwoord wil aanreiken. Daarmee wil het ook de wetenschap dienen en samen met de wetenschap de mens, opdat deze op werkelijk menswaardige en zinvolle wijze kan leven.

Mogen de universiteiten in uw vaderland ernaar streven hun kostbare wetenschappelijke arbeid in een dergelijk perspectief te verrichten. Ik geeft u de verzekering van mijn gebed daarvoor tot de Schepper en ik zegen u van harte.


 [1] Gaudium et Spes, 36.

 

 

© Copyright 1989 - Libreria Editrice Vaticana

 

top