The Holy See
back up
Search
riga

DISCORSO DI GIOVANNI PAOLO II
AI PRESULI DELLA CONFERENZA EPISCOPALE DEI PAESI BASSI
IN VISITA «AD LIMINA APOSTOLORUM»

Lunedì, 11 gennaio 1993

 

Dierbare Broeders in Christus!

1. Het is voor mij een reden tot grote vreugde om de Bisschoppen van Nederland opnieuw te kunnen ontvangen. Terwijl iku allen hartelijke groet, wil ik Kardinaal Adrianus Johannes Simonis bedanken voor de gedachten en gevoelens die hij heeft uitgesproken in naam van allen. Ik herinner mij heel goed onze laatste ontmoeting, toen de Opvolger van Petrus en de nederlandse Bisschoppen, samen met vele gelovigen, de Eucharistie vierden rond het graf van Petrus en wel voor de eerste keer in de geschiedenis in uw moedertaal. Dit was bij gelegenheid van de sluiting van het Willibrodjaar — acht november negentien negentig[1]; het was een treffend getuigenis van eenheid in het geloof van de Apostelen, dat geloof dat Willibrod dertienhonderd jaar eerder naar uw land had gebracht. U bent nu teruggekeerd om de graven van de Apostelen Petrus en Paulus te bezoeken, om degene die «als herder van alle gelovigen ertoe is gezonden om het gemeenschappelijk welzijn van heel de Kerk en het bijzonder welzijn van alle afzonderlijke kerken te behartigen »[2] deelgenoot te maken van uw pastorale zorgen.

2. Deze onze ontmoeting heeft plaats op een bijzonder belangrijk ogenblik waarin zich grote veranderingen voltrekken. Reeds het Tweede Vaticaans Concilie onderstreepte de noodzaak om de lijnen van de pastorale taak te herzien in het licht van de veranderde omstandigheden van de menselijke samenleving die zich in onze dagen begeeft naar een nieuwe vorm[3]. Op dit ogenblik blijkt die aansporing nog méér dan voorheen betrekking te hebben op de werkelijkheid. Na het Verdrag van Rome — negentien zeven en vijftig — (1957) en de Overeenkomst van Maastricht —negentien een en negentig— (1991), heeft Europa belangrijke stappen gezet naar de eenwording. Dit gegeven van politieke aard heeft zeer belangrijke implicaties tot gevolg voor het leyen van de Kerk in uw land zoals overigens in geheel in Europa. Het is noodzakelijk dat de christenen de kansen die worden geboden door de kairòs van deze tijd weten aan te grijpen en er blijk van geven opgewassen te zijn tegen de pastorale uitdagingen zoals die voortkomen uit de concrete historische situatie. Kleine landen kunnen dikwijls een belangrijke bijdrage leveren op internationaal niveau, ook met betrekking tot het optreden van de Kerk in Europa.

Met het oog hierop is de rol van de internationale katholieke Organisaties van belang. Deze kunnen een voedingsbodem zijn voor de inspiratie van leken, die op hun beurt weer met een apostolische geest aanwezig zullen zijn in de internationale samenleving, met name in de huidige omstandigheden waarin de organisaties en de dynamiek van het moderne sociale leven zelf zich dikwijls ontwikkelen in een richting die parallel loopt aan de universele aspiraties van de Kerk.

3. Deze opdracht gaat echter gepaard met niet geringe moeilijkheden nu de Kerk in Europa, en speciaal in Nederland, leeft in een periode die sterk gekenmerkt wordt door secularisatie. Ook bij velen die zichzelf nog beschouwen als katholiek, is het geloof in God als Persoon en dientengevolge het geloof in Christus als de Zoon van God, aanzienlijk afgezwakt. Men heeft er moeite mee om de Kerk te zien als Zijn sacrament en als Zijn objectieve, niet te manipuleren gave. Dit is de reden waarom niet zelden de innerlijkheid en de spiritualiteit worden gelijk geschakeld met de liefdadigheid en de politiek-sociale actie ter bevordering van de vrede, de gerechtigheid, het milieu, enzovoort, en het gebed, de contemplatie, de «goddelijke lezing» voor enkelen lijken te hebben afgedaan als voldoende fundament.

Er zijn leken die een taak vervullen binnen de parochiële, diocesane en landelijke kerkelijke structuren, die blijk geven van deze geseculariseerde «forma mentis », en ook enkele religieuzen, die steeds meer in beslag genomen zijn door de sociale taak, welke vaak wordt geïdentificeerd met het missionaire werk zelf.

Zeker zijn er tekenen van hoop voor de toekomst. Er zijn nog steeds veel katholieke gelovigen die serieus het geloof in God beleven en die zich inzetten, in de parochies en in de diocesane structuren, alsook in initiatieven die de liefde van Christus voor de mensen uitstralen. De agressiviteit van de kritische bewegingen wordt minder en er zijn bemoedigende tekenen zichtbaar dat de gemeenschap rond de Bisschop zich versterkt. De publikatie van de nieuwe «Catechismus van de Katholieke Kerk» zal beslist moed en kracht schenken aan de gelovigen, die in deze jaren van theologische gisting gedesoriënteerd waren, en zal degenen die de weg hadden verloren door valse profeten te volgen weer brengen naar de onvervalste bronnen van het geloof.

4. De pastorale situatie in Nederland, dierbare Broeders, toont dus een geheel van licht- en schaduwzijden, welke dringend vraagt om uw verantwoordelijke inzet, van de kant van ieder van u afzonderlijk maar ook van u als Bisschoppenconferentie.

Wat dit betreft ben ik blij, dat ik de vele en belangrijke initiatieven die u in de afgelopen vijf jaar hebt genomen kan vermelden. Vanzelfsprekend is het niet mogelijk om op alles uitgebreid in te gaan. Om slechts de voornaamste te noemen, kunnen wij niet vergeten hoe u in die afgelopen periode, samen met de belgische Bisschoppen, de nederlandse uitgave van het Getijdengebed hebt goedgekeurd, welke vervolgens in zijn geheel is voltooid en gepubliceerd met dit bezoek ad limina in het vooruitzicht. De Liturgie van de Getijden zal voor priesters en leken een onuitputtelijke voedingsbron zijn van het christelijke leven, opdat « heel de loop van dag en nacht door de lofprijzing van God wordt geheiligd »[4]. Verder hebt u een aantal documenten gepubliceerd die de verschillende praktische aspecten van het leven van de Kerk in uw land behandelen, zoals het onderwijs, de parochies, de kerkelijke financiën, de liturgische muziek, de charitatieve organisaties en nog andere onderwerpen.

Voor uw kerkelijke gemeenschappen hebt u enkele zeer waardevolle «Bisschoppelijke brieven » geschreven: over de charismatische vernieuwing; over Vrede, Gerechtigheid en Heelheid van de Schepping; over het Willibrodjaar; over de bescherming van het leven en over het ouder worden.

Uw Brief over Samen de zondag vieren doet mij denken aan de statistieken die u mij dienaangaande hebt toegezonden. Het is te begrijpen, dat de daling van het zondagse kerkbezoek voor u een bron van zorg is. In meer of mindere mate doet dit verschijnsel zich ook voor in de andere landen van Europa. Terecht kan men zich afvragen of op dit terrein een nauwere samenwerking tussen de Herders van het Continent niet zou kunnen leiden tot doeltreffender oplossingen, opdat de wekelijkse viering van de Dag des Heren weer opnieuw de nodige aandacht in het christelijke leven verkrijgt.

De viering van de Eucharistie is tevens een gelegenheid bij uitstek voor catechese. Daarnaast is het natuurlijk noodzakelijk ook de mogelijkheden die andere vormen van vieringen bieden te benutten om de inhoud van het geloof te verklaren, om de band van de gelovigen met hun Kerk te versterken en om getuigenis af te leggen van het eigen geloof tegenover diegenen die nog niet geloven. Hierbij denk ik in het bijzonder aan de uitvaartliturgie, aan de kans die deze biedt tot een doeltreffend getuigenis en een verdiepte catechese van ons geloof in het eeuwig leven; ik denk aan de huwelijksliturgie, waariri de priester de mogelijkheid heeft om de aanwezigen inzicht te verschaffen in de christelijke leer over de liefde en het gezin; voorts kan een goede liturgie bij gelegenheid van een doopsel, door de handelingen en de woorden van de priester, alle aanwezigen brengen tot een bezinning op het eigen doopsel en de consequenties die eruit voortvloeien.

5. Met genoegen constateer ik dat er in het Herderlijk schrijven In Christus' Naam, waarin u spreekt over het Woord, het Sacrament, het Ambt en de Wijding, vele waardevolle opmerkingen staan over de verschillende aspecten die van belang zijn voor het functioneren van de priester en de roeping tot het priesterschap. Daarin zet u nog eens uiteen wat Paulus destijds uitte toen hij de verschillende taken binnen de ene Kerk vergeleek met de verscheidenheid in functies van de ledematen van het menselijk lichaam[5]. Indien men aan leken datgene toevertrouwt wat is voorbehouden aan alleen de priesters, zou men tekort doen aan de rijkdom en aan de pluriformiteit van de kerkelijke gemeenschap, en tegelijkertijd zou het een ontkenning zijn van de verdeling van de taken zoals die in de Kerk voortkomt uit de wijding. Maar ook zou het tekort doen aan de eigen rol van de leken indien men die terreinen waarop zij competent zijn in de Kerk, zou innemen. Aan leken priesterlijke taken toevertrouwen zou een aantrekkelijke oplossing kunnen lijken voor bepaalde moeilijkheden van dit moment, maar uiteindelijke zal het uitmonden in een verarming van de kerkelijke gemeenschap in zijn geheel.

In Nederland hebben de pastorale werkers een belangrijke plaats ingenomen, ook al zagen de Bisschoppen zich in sommige gevallen genoodzaakt om tussenbeide te komen om situaties te corrigeren waarin de pastoraal werker zijn bevoegdheden te buiten was gegaan. Maar over het algemeen kan men gegronde hoop putten uit de steun die zij, samen met een groeiend aantal permanente diakens en leken-vrijwilli gers, kun nen verlenen aan de pastorale activiteit van de Kerk in Nederland.

Het toenemend aantal kandidaten voor het priesterschap en de priesterwijdingen geeft beslist aanleiding tot een redelijk optimisme. In negentien een en negentig (1991) heb ik het seminarie van Haarlem ontvangen en in negentien twee en negentig dat van Den Bosch: zo ben ik in de gelegenheid geweest om kennis te maken met alle centra voor priesterlijke vorming in Nederland. Reeds eerder heb ik het genoegen gehad de leden van de gemeenschappen van Rolduc, Bovendonk, het Ariёnsconvict en van Vronesteyn te ontvangen. De bemoedigende tekenen die ook in uw lancĺ zijn waar te nemen, namelijk van een ommekeer in de tendens wat betreft het probleem van de priesterroepingen, bevestigen wat ik heb geschreven in de Apostolische Exhortatie «Pastores Dabo Vobis »: «Vele factoren lijken in de mensen van nu een rijper besef van de menselijke waardigheid en een nieuwe openheid voor de godsdienstige waarden, het evangelie en het priesterambt te begunstigen »[6]. Met het oog op de toekomst van de Kerk wil ik U uitnodigen om met uiterste zorgvuldigheid de theologische en geestelijke vorming van de seminaristen voort te zetten. Zij zullen later hun deel bijdragen aan een nieuwe opleving van het theoligisch onderzoek en van de pastoraal.

Met oprechte bezorgdheid en met aanhoudend gebed volg ik de vele priesters die in uw land zijn belast met het pastorale werk. Zegt hun, dierbare Broeders, dat de Paus hen nabij is: dat hij zich er rekenschap van geeft hoezeer zij zich dikwijls overbelast kunnen voelen door de pastorale inspanningen. Spoort u hen aan om zich niet te laten ontmoedigen, in de zekerheid dat God de vrucht van hun werk zal weten te vermeerderen door onze menselijke ontoereikendheid aan te vullen. En verzekert u hen ervan, dat de Voorzienigheid een nieuwe opbloei van geestelijk leven voorbereidt, ook daar waar op dit moment de kilte vande afkeer, of nog erger van de onverschilligheid, lijkt te overheersen.

Zij zijn het meest onmiddelijk in kontakt met die kernen van de samenleving waar ieder geluk en ieder geloof aanvangt: de gezinnen. Terwijl de onderlinge menselijke betrekkingen steeds ruimere vormen aannemen, niet alleen van nationale en internationale omvang, maar zelfs de gehele wereld omvattend, blijft toch altijd de goede verhouding binnen het gezin tussen de gehuwden en met de kinderen de basis voor de persoonlijke groei naar volwassenheid en voor een vruchtbare deelname aan het leven van Kerk en samenleving. «Het gezin is als het ware een school voor rijker menselijkheid »[7]. In het gezin doet men voor het eerst de ervaring op van waarheid, rechtvaardigheid en van liefde. En het is hier, in het christelijke gezin, dat het kind de eerste geloofsopvoeding ontvangt, voor het eerst hoort spreken over God en zelf woorden richt tot God.

6. Uit uw verslagen, dierbare Broeders, heb ik kunnen opmaken hoezeer het onderricht aan de katholieke instellingen voorzheologie u na aan het hart ligt. De Synoderaad is nu in de laatste fase van haar opdracht in deze. In feite vormen theologie studeren, gelovig zijn en zich aktief lid weten van de Kerk drie componenten die een student soms moeilijk weet te integreren in zijn leven. Het is niet nodig dit te dramatiseren: een crisis doormaken kan ook helend en positief zijn, het kan zelfs bijdragen tot een grotere volwassenheid in het geloof en de verantwoordelijke inzet in de Kerk bevorderen. Wel is daarbij een zorgvuldige pastorale begeleiding noodzakelijk. Daarom beveel ik u de geestelijke bijstand aan theologiestudenten van harte aan, om te alert te zijn op de risico's waaraan hun geloof kan worden blootgesteld.

In uw land gaat een hoog percentage van de leerlingen van de middelbare school naar de universiteit. Wat betreft hun godsdienstig leven zijn zij dikwijls aan zichzelf overgelaten. Daarom is voor deze Centra van intellectuele vorming, en in het bijzonder voor die van katholieke denominatie, de verzekering van een adequate geestelijke bijstand onontbeerlijk, samen met de juiste leerstellige ondersteuning, zodat de jongeren op hun weg van culturele vorming in staat zijn een degelijke synthese te vormen tussen de profane wetenschap en de inhoud van het geloof, en zo een eigen innerlijk evenwicht bereiken in een serieuze aanhankelijkheid aan die God die de Bron is van elke waarheid.

7. Uw land is in het verleden bekend geworden vanwege het grote aantal priesters en leden van internationale Orden en Congregaties, die zich in dienst hebben gesteld van het Rijk van God. Op bewonderenswaardige wijze hebben zij in geheel de wereld hun werk verricht. Velen van hen vervullen tot op de dag van vandaag een kostbare apostolische dienst buiten hun vaderland. Vele Congregaties die in Nederland werden gesticht, zijn internationaal geworden toen ze hun actieradius uitbreidden op wereldniveau. Zij hebben hun idealen overgedragen op de nieuwe provincies die ontstonden in de verschillende niet-Europese landen. In de laatste jaren is echter het aantal religieuzen in Nederland drastisch verminderd. Er is bijna geen nieuwe aanwas. Zou de Synode over het religieuze leven in 1994 nieuwe initiatieven kunnen stimuleren? De religieuze dimensie —met inbegrip van die van de contemplatieven — vormt een onmisbaar element voor een levendige en vitale kerkgemeenschap. Bijzondere aandacht verdienen in onze tijd de nieuwe kerkelijke bewegingen, zoals de focolarini, de neo-catechumenen, de charismatici, enzovoort... Toen in de vijftiende eeuw Kerk en samen leving in crisis waren, stond Nederland aan de wieg van de Moderne Devotie. In die kontekst werd de Navolging van Christus geschreven, het boek dat, na de Bijbel, het meest verspreid is in de wereld. Kan uw land niet opnieuw worden tot een vruchtbare bodem voor de opbloei van een originele spiritualiteit?

8. Het is niet nodig te onderstrepen van hoe groot belang het is voor de Kerk, Gods volk onderweg door de geschiedenis, dat de Bisschoppen in het bestuur en de inspiratie van de aan hen toevertrouwde gemeenschappen, de onderlinge communio ten volle beleven. Bij gelegenheid van uw bezoek ad limina van negentien drie en tachtig en van negentien acht en tachtig, heb ik de communio in herinnering geroepen, hetgeen het thema was van de bijzondere Bisschoppensynode van Nederland, gehouden te Rome in negentien tachtig. Opnieuw richt ik mij tot u met een dringende oproep, dat u eendrachtig samenwerkt, vooral daar waar het de belangrijke aspecten van het leven van de kerkelijke gemeenschap betreft en van diens plaats in de samenleving. Eventuёle onenigheden tussen de bisschoppen kunnen niet anders dan verwarring veroorzaken bij de gelovigen. De onmiddelijkheid waarmee de moderne levensvormen hen die besturen in contact brengen met de mensen en de wijze waarop de sociale communicatiemiddelen, vooral de televisie, het beeld en het woord in de huiskamer brengen, zijn nog meer reden voor een denken en handelen van de Bisschoppen die geen kans geven tot misbruik. Slechts hun volledige eensgezindheid maakt het mogelijk om die grote communio te bereiken, die door het slotdocument van de Bijzondere Synode wordt omschreven als de situatie waarin « Elke gelovige samen met zijn geloofsgenoten, deel heeft aan dezelfde roeping, hetzelfde geloof, hetzelfde doopsel, dezelfde eucharistie, dezelfde kerkelijke gemeenschap rondom de legitieme kerkelijke leiders ».

9. Dierbare Broeders, ik heb slechts enkele van de vele belangrijkeonderwerpen die voorwerp zijn van uw pastorale ijver kunnen noemen.

Maar u weet dat ik uw zorgen ten voile deel en dat ik ze, samen met u, toevertrouw aan Haar die er de beste Voorspreekster van kan zijn bij de goddelijke Zoon. Nog geheel in de sfeer van Kerstmis, vragen wij aan Maria, Moeder van God en Moeder van de Kerk, om ons voor te gaan op de weg van het geloof, en om ons in alle omstandigheden moedige verkondigers te laten zijn van het Evangelie.

Samen met deze wensen verleen ik aan u en aan de oude en roemvolle Kerken die aan uw pastorale zorg zijn toevertrouwd, mijn liefdevolle Zegen.


[1] Ioannis Pauli PP. II Homilia ad Missam pro conclusione anni S. Villibrordi, die 8 nov. 1990: Insegnamenti di Giovanni Paolo II, XIII, 2 (1990) 1041ss.

[2] Christus Dominus, 2.

[3] Ibid. 3.

[4] Sacrosanctum Concilium, 84.

[5] Cfr. 1 Cor. 12, 12-30.

[6] Ioannis Pauli PP. II Pastores Dabo Vobis, 6.

[7] Gaudium et Spes, 52.

 

 

 

© Copyright 1993 - Libreria Editrice Vaticana

 

top