Muziano Maria Wiaux, F.S.C. (1841-1917)
foto
Broeder MUTIEN MARIE (Louis Joseph Wiaux) die vandaag in der Kerk tot de rang
van de heiligen wordt verheven, werd geboren te Mellet (België) op 20 maart
1841. Dezelfde dag ontving hij het sakrament van het doopsel.
Zijn ouders gaven hem een zeer kristelijke opvoeding. Hij werd vlug voor zijn
makkers een voorbeeld van godsvrucht tot de H. Maagd.
Na zijn lagere school in Mellet ging hij zijn vader helpen als smid.
Maar de Heer riep hem in zijn dienst. Op 7 april 1856, 15 jaar oud, ging hij
naar het noviciaat van de Broeders van de Kristelijke Scholen. Op het feest van
O. l. Vrouw Bezoeking werd hij ingekleed en kreeg de naam van Broeder Mutien
Marie. Zijn katechetisch- en pedagogisch apostolaat begon hij in de kleine
klassen te Chimay. Gedurende één jaar onderwees hij in het St. Jorisinstituut
te Brussel.
In 1859 begon hij in de grote school van Malonne; hier verbleef hij tot aan zijn
overlijden in 1917.
Hier kende hij heel wat moeilijkheden, vooral omwille van jeugdige leeftijd en
zijn weinig ondervinding; men dacht er zelfs aan hem de Kongreagtie te doen
verlaten als onbekwaam voor het apostolaat in de school.
Na deze zware beproeving werden hem zeer eenvoudige aktiviteiten toevertrouwd:
bewaking, eenvoudige teken- en muzieklessen, alles waar hij zeer weinig toeleg
voor had.
Maar steeds gehoorzaam en tot dienst bereid begon hij aan de studie van piano,
harmonium en andere muziekinstrumenten. Zijn liefde tot God gaf hem de kracht
zich onvermoeid in te zetten, en dit gedurende meer dan vijftig jaar!
Overtuigd dat zijn Kongregatie gesticht werd voor de " kristelijke
opvoeding van de armen ", vroeg hij aan zijn oversten naar de niet-betaalde school te mogen gaan, een bijgebouw van het
kollege, om daar katechismus te geven aan de volkskinderen: gedurende vele jaren
werkte hij met buitengewone inzet om hun de rijkdom van het Geloof bij te
brengen.
Voor al zijn leerlingen, rijk of arm, groot of klein, was Broeder Mutien een
voorbeeld, een teken van Gods' aanwezigheid en goedheid. Zijn invloed is
onberekenbaar; daarvan getuigen de jongeren die met hem in kontakt kwamen. Een
karaktertrek van Broeder Mutien was zijn gehoorzaamheid tot het uiterste aan al
de voorschriften van de Regel.
Een medebroeder die vele jaren met hem samenleefde getuigt: "Neem de Regel,
van het eerste tot het laatste hoofdstuk, en onder elk artikel moogt u schrijven:
Broeder Mutien beleefde dit op de letter na. Dit zal zijn getrouwste
levensbeschrijving zijn ".
In een algehele gehechtheid aan de wil van zijn oversten heeft hij, meer dan
vijftig jaar, getrouw al de hem opgelegde taken uitgevoerd.
Broeder Mutien had een vaste keuze gedaan: in alles op de volmaakste manier de
wil van God doen.
Trouw aan de aanbevelingen van zijn Stichter liet hij zich leiden door het
Geloof, waarin hij God zag in al zijn doen. Onze nieuwe Heilige leefde
voortdurend in Gods aanwezigheid. Om halfvijf 's morgens zag men hem al geknield
voor het tabernakel in de kapel. Daarna ging hij naar het altaar van O. L. Vrouw.
Gedurende de dag bad hij zijn paternoster; de bewegingen van zijn lippen
verraden zijn ononderbroken gebed. Meermaals per dag bracht hij een bezoek aan
het H. Sakrament en ging hij bidden aan de grot van O. L. Vrouw van Lourdes.
De leerlingen, getuigen van zijn buitengewone godsvrucht, noemden hem " de
Broeder die altijd bidt ". Met aandrang leerde hij hen de godsvrucht tot de
H. Eucharistie en O. l.
Vrouw; en allen waren overtuigd dat deze aanbevelingen het resultaat waren van
zijn persoonlijke, dagelijkse en volhardende praktijken. In alle nederigheid en
uiterst dankbaar verklaarde hij bij het einde van zijn leven: " Men is
gelukkig als men, zoals ik, op de boord van zijn graf, altijd een grote
godsvrucht tot O. L. Vrouw heeft gehad ".
Dit was zijn laatste boodschap voor zijn doodstrijd.
In de vroege morgen van 30 januari 1917 gaf hij zijn mooie ziel aan God.
De dag van zijn afsterven meldde men reeds gunsten door zijn voorspraak bekomen.
Vanaf dat ogenblik is er een stroom van bedevaarders die op zijn graf komen
bidden. Mirakelen bleven dan ook niet uit.
Zes jaar later werd een kerkelijk tribunaal opgericht in het vooruitzicht van de
Zaligen Heiligverklaring.
Op 30 oktober 1977 werd hij door Paus Paulus VI zaligverklaard. Vandaag wordt
deze eenvoudige religieus, wiens ganse leven één gebed, nederigheid, werk en
gehoorzaamheid was, door Paus Johannes Paulus II heilig verklaard.
Hij wordt als voorbeeld gesteld voor alle kristenen, in 't bijzonder voor zijn
medebroeders en opvoeders, aan wie de moeilijke opdracht wordt toevertrouwd om
jonge mensen op te voeden tot eerlijke burgers.
|