|
Valentin Paquay (1828-1905)
De
Venerabele Dienaar Gods, Valentinus Paquay werd te Tongeren in België geboren
op de 17de november 1828. Hij was de zoon van Hendrik en Anna Neven,
voorbeeldige christenen en inreligieuze mensen. Valentinus was de vijfde van
elf kinderen en kreeg bij het doopsel de naam Louis.
Na
zijn lagere school, liep hij college te Tongeren bij de Reguliere Kanunniken
van St.-Augustinus. In 1845 werd hij aangenomen in het kleinseminarie te St.-Truiden,
waar hij zijn retorica en filosofie volgde.
Zijn
vader stierf vroegtijdig, in 1847. Dat was een harde slag voor de jonge man.
Met de toestemming van zijn moeder trad hij op 3 oktober 1849 binnen bij de
Belgische Provincie van de Minderbroeders en begon er zijn noviciaat in het
klooster van Tielt.
Het
jaar daarop sprak hij op 4 oktober zijn religieuze professie uit in de handen
van P. Hugolinus Demont, gardiaan van de communauteit. Onmiddellijk daarna
vertrok hij naar de studiehuizen van Rekem en St.-Truiden om er theologie te
studeren. Hij werd priester gewijd te Luik op 10 juni 1854 en benoemd te
Hasselt om er te blijven tot aan zijn dood. Hij was er vicaris en gardiaan. In
1890 en 1899 werd hij verkozen tot provinciale definitor.
‘In
het voetspoor van Johannes Berchmans, zijn uitverkoren voorbeeld', zo schrijft
A. Gemelli, ‘beleefde hij de franciscaanse spiritualiteit en beklemtoonde de
deugdbeoefening van elk moment: in de kleinste dingen zou hij oprecht en
zonder omwegen de nederigheid beoefenen.' (cfr. L. Beaufays, P. Valentino
Paquay, il ‘Padre santo di Hasselt', Milano, Ed. Vita e Pensiero, 1947,
Presentazione).
Onvermoeibaar
gaf P. Valentinus zich aan het apostolaat. Hij verkondigde het evangelie
zonder ophouden. Zijn eenvoudig en bezielend woord beluisterde men graag in de
volkse middens en in religieuze instituten. Vooral als biechtvader was hij
altijd present, zoals de H. Pastoor van Ars, met wie men hem wel graag
vergeleek. Vaak kon men ervaren dat hij doordrong tot de geheime plooien van
het geweten van zijn penitenten, die van alle kanten naar hem toestroomden.
Hij
koesterde een bijzondere devotie tot het H. Sacrament en ijverde gedurende een
halve eeuw voor de veelvuldige H. Communie. Zo werd hij een voorloper van het
bekende decreet van paus Pius X.
Hij
was een vurige vereerder van het H. Hart van Jezus. Voortdurend overwoog en
verkondigde hij de eminente volmaaktheden van Jezus' H. Hart. Hij propageerde
die godsvrucht vooral bij zijn zusters van de franciskaanse lekenorde, die hij
25 jaar leidde. De gedachtenis aan Jezus' lijden hield hij levendig door
dagelijks de kruisweg te doen. Ziln godsvrucht tot de H. Maagd was
spreekwoordelijk. Als jongen vereerde hij Haar te Tongeren onder de titel van Oorzaak
onzer Blijdschap en later onder de titel van Virga Jesse te Hasselt.
Als franciscaan evenwel verkoos hij de titel van Onbevlekte Ontvangenis boven
alle andere en verlangde, ondanks zijn ziekte, in 1904 het gouden jubilee van
de dogmaverklaring te vieren samen met zijn eigen gouden priesterjubileum.
P.
Valentinus stierf te Hasselt op 1 januari 1905 op de leeftijd van 76 jaar.
Paus Paulus VI heeft de
heidhaftige deugdbeoefening erkend bij decreet van 4 mei 1970.
|