The Holy See
back up
Search
riga

VISITA PASTORALE NEI PAESI BASSI

SANTA MESSA PER I FEDELI DELLE FIANDRE

OMELIA DI GIOVANNI PAOLO II

Gent
Venerdì, 17
maggio 1985

 

1. De Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, Hij zal over Mij getuigenis afleggen.[1]

Geliefde broeders en zusters,

DE HEER Jezus Christus heeft deze woorden uitgesproken op de vooravond van zijn Lijden. Hij richtte zich tot de Apostelen die bijeen waren in het Cenakel. Daar had het laatste avond- maal plaats met de instelling van de Eucharistie.

Deze woorden zijn opgetekend in het Evangelie van Sint-Jan. Jezus bereidt zijn Apostelen voor op zijn « heengaan », dit wil zeggen op zijn kruisdood en op zijn Hemelvaart.

Het is in het perspectief van dit vertrek dat hij hen « een andere Helper » belooft[2].

Dit is een grote Belofte, waarop de Kerk voortdurend steunt. « Op mijn gebed », zegt Christus, « zal de Vader u een andere Hel- per (of Voorspreker) geven, om voor altijd bij u te blijven: « de Geest der Waarheid »[3]. « Hij zal over Mij getuigenis afleggen »[4].

2. Deze woorden krijgen een bijzondere actualiteit in de liturgie van deze dagen. In zekere zin keert de Kerk, na de Hemelvaart van de Heer, terug naar het Cenakel. Daar zijn inderdaad de Apostelen bijeen, met Maria, de Moeder van de verrezen Heer, om in gebed de komst af te wachten van de Helper, de Geest der Waarheid.

Ja, in deze dagen na de Hemelvaart, probeert de Kerk op een speciale manier in het Cenakel samen te zijn. In gebed bereidt zij zich voor op Pinksteren, op de nederdaling van de Heilige Geest.

Op die dag is de grote Belofte van de Meester vervuld: de Geest der Waarheid, die van de Vader komt, heeft getuigenis afgelegd van de verrezen Christus. Hij deed dit op zo'n manier dat de Apostelen zelf getuigen werden van de verrezen Verlosse. Bij het afscheid had Jezus dit inderdaad zo aangekondigd: « Ook gij moet getuigen, want vanaf het begin zijt gij bij mij »[5].

En zie: zij begonnen te getuigen, die mannen, die tevoren door schrik bevangen waren. Zij hadden geen moed, maar door de Geest zijn zij onverschrokken getuigen geworden van de Waarheid, tegen- over de Joden van Jeruzalem en tegenover de bewoners van al de gebieden van de toen gekende wereld.

Zo is de Kerk ontstaan. Zij is ontstaan door het getuigenis van mensen die de Heilige Geest hebben ontvangen en aanvaard.

3. Zo is de Kerk steeds weer opnieuw ontstaan in de loop van de geschiedenis. Zo is zij ontstaan in het hart van de Ethiopiër over wie vandaag de eerste lezing spreekt, genomen uit de Handelingen van de Apostelen. De Kerk wordt geboren samen met het geloof in de gekruisigde en verrezen Christus, onder invloed van het getuigenis van de diaken Filippus. Aan deze ambtenaar van het hof van de koningin van Ethiopië verklaarde hij de preciese zin van de woorden van de profeet Jesaja over Christus.

4. Zo ontstond de Kerk ook hier op een bepaald moment in de geschiedenis, met de eerste generatie die in uw streken het geloof ontving en later met de volgende generaties. Dankbaar tegenover God gedenken wij het missie-werk van de Heilige Amandus, in de zevende eeuw, aan de samenvloeiing van de Schelde en de Leie, waar spoedig de twee beroemde abdijen van Sint-Bavo en Sint-Pieter ontstonden. De stad Gent ontwikkelde zich, diep gehecht aan het christelijk geloof, zowel in tijden van glorie als in de beproevingen die deze fiere Vlaamse stad heeft gekend.

Ik groet vandaag hartelijk het Christenvolk van Oost-Vlaanderen, en al diegenen die uit de andere Vlaamse provincies gekomen zijn voor deze Eucharistie.

Door uw trouw aan de Heilige Geest, die gij ontvangen hebt, en doordat gij geworteld zijt in de katholieke Kerk, zijt gij een uitgelezen deel van de universele Kerk die de Heer mij heeft opgedragen te bevestigen in het geloof, samen met uw Bisschoppen.

5. Gij allen, die hier verzameld zijt, gij maakt de huidige generatie uit van de leerlingen van Christus in België. De woorden, die de Heer uitsprak op de vooravond van Pinksteren, gelden ook voor u: « Op mijn gebed zal de Vader u een andere Helper geven... de Geest van de Waarheid... Hij zal over Mij getuigenis afleggen. Maar ook gij moet getuigen »[6].

Deze woorden zijn heel speciaal op u van toepassing, want ik richt mij tot de jonge vormelingen, tot hun ouders, peters, meters en catechisten, tot allen die hen vergezellen. Het sacrament van het vormsel geeft aan alle gedoopten op een nieuwe manier, de Heilige Geest, om, in heel hun leven, te kunnen getuigen van Christus.

6. Beste jongeren, gij die, zopas of tijdens de voordije jaren, het sacrament van het vormsel ontvangen hebt, en gij, die het gaat ontvangen, wees goed bewust van deze gave Gods. Ieder van u hoort dan deze woorden van de Bisschop: « Ontvang het zegel van de Heilige Geest, de gave Gods ».

Bij het sacrament van het doopsel is het geloof reeds op een bovennatuurlijke manier, als een kiem, in u ontstaan door de bezieling van de Geest der Waarheid. Door dit doopsel heeft God u zijn liefde getoond, een liefde om niets, een liefde die altijd eerst begint. Gij waart dan omringd door uw ouders en door de gemeenschap, die in uw naam het geloof van de kerk hebben beleden. Zo werdt gij opgenomen in de familie van Gods kinderen; zo werdt gij ingelijfd in Christus. Herboren in water en in Heilige Geest, zijt gij deelgenoten geworden aan de reddende dood van Christus: gij zijt erin ondergedompeld en begraven, zoals Sint-Paulus zegt, om deel te hebben aan zijn verrijzenis[7]. Toen is er een diepe geestelijke band ontstaan met God. Die band gaf aan ieder van u een onuitwisbaar zegel het merkteken van het kind van God.

Bij uw vormsel wordt dit merkteken verrijkt met het zegel van de leerling van Christus. En de leerling is geroepen om getuigenis al te leggen zoals de Apostelen. Hij wordt versterkt door de Heilige Geest, die hij op een nieuwe, nog diepere, manier heeft ontvangen, Gijzelf neemt dan het geloof en het engagement op u, dat uw ouders, peters en meters hebben uitgesproken. Voor de Bisschop, de opvolger van de Apostelen, of zijn vervanger, in aanwezigheid van de kerkgemeenschap, bevestigt gij dan luidop: « Ja, ik geloof; ik wil Christus navolgen ».

En de Heer aanvaardt en bezegelt uw geloof. De Bisschop legt u de handen op: op dat ogenblik is het de Heer, die bezit van u neemt, die u met zijn hand beschermt, die u leidt en die u een zending geeft, alsof hij zegt: « Wees maar niet bang, ik ben met u ».

De Bisschop zalft u dan, in de naam van Jezus Christus, met het geurige chrisma. Het is Christus — wiens naam betekent gezalfde — die zich, als eerste, heeft kunnen herkennen in deze profetie van Jesaja: « De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft »[8].

Door het vormsel zijt gij, goede vrienden, aan de Heer gewijd. Zijn Geest dringt door in uw ziel, zoals de heilige olie uw voorhoofd doordringt, opdat gij zijn leerlingen zoudt zijn, op hem zoudt gelijken en met hem meewerken iedere dag van uw leven. Zo verspreidt gij in zekere zin, zijn goede geur, zoals de balsem van het heilig chrisma.

De Bisschop merkt uw voorhoofd met het teken van het kruis, het teken van Jezus' trouw aan zijn Vader, het teken van zijn offer, dat hij met liefde bracht, voor het heil van de mensen. Ook gij zult uw kruis met Christus dragen.

« Ontvang het zegel van de heilige Geest, de Gave Gods ».

Mocht gij, geliefde vormelingen, God danken voor deze ongehoorde gave, zonder het ooit op te geven, want deze gave « blijft bij u »[9]. Daarom zingen wij met de psalm van deze liturgie:

« Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm. Verheerlijk de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt »[10].

Leef dan nu zoals op de dag van Pinksteren. Doof nooit de Heilige Geest uit! Geef hem alle kans in u. Werk met hem mee.

Hij vervult u met de volheid van zijn gaven. Zeg ja, met de Geest der Waarheid, op al wat waar is, op al wat goed is, mooi, rechtvaardig, zuiver, edel en beminnenswaardig. Mocht zijn licht, zoals bij de Apostelen, uw geloof verlichten, mocht zijn gloed uw verbondenheid met Christus vurig maken, mocht zijn adem u overal doen getuigen van hem, waar het leven u leiden zal.

Het vormsel is het sacrament van de gelovigen die volwassen worden in het geloof en die hun verantwoordelijkheid nemen in de Kerk. De Kerk rekent op u allen om de boodschap van het Evangelie te verspreiden.

En de Kerk heeft een voorgevoel dat een zeker aantal onder u zelfs geroepen zijn om heel hun leven aan de Heer toe te wijden, als priester of in het religieuze leven.

7. En gij, ouders, peters en meters voor doopsel en vormsel, wees gezegend voor alles wat gij gedaan hebt en nog zult doen voor deze jongeren. Het is ongetwijfeld door uw geloof en door uw voor- beeld dat deze jonge mensen tot dit stadium van christelijk leven gekomen zijn. Zij kunnen en willen nu vrij op weg gaan, Jezus achterna.

Eerbiedig de nodige rijping van hun persoonlijk heid, maar laat hen niet los. Uw vertrouwvolle dialoog, uw getuigenis hebben ze meer dan ooit nodig. Help hen hun roeping te ontdekken en ze te beantwoorden.

En u, priesters, diakens, religieuzen, leken-catechisten en leraars, ouderen, die u aan de catechese wijdt van deze jonge mensen, uw taak is even belangrijk geweest en zij blijft dat ook. God vertrouwt u deze jongeren toe. Begeleid ze met al uw genegenheid en met een groot geduld. Plaats hen, zoals de jonge man in het evangelie, voortdurend voor de oproep van Jezus. Mochten ze, met u, hun nog broze geloof verdiepen, hun gebedsleven versterken, zich inschakelen in een levende kerkgemeenschap, en zich engageren voor de taken, die hen wachten in de Kerk en in de maatschappij. In deze beslissende fase van hun leven, temidden van een wereld die hen kan desoriënteren door de verscheidenheid van opinies of door secularisatie, hebben deze jonge mensen nood aan leiders, getuigen en vrienden. Ik weet dat men in dit land kan rekenen op de toewijding van zeer veel catechisten. Dat de Heilige Geest deze op- voeders van de jeugd verder oproept en steunt!

8. Ik richt mij nu tot u allen, Broeders en Zusters van Vlaanderen,

Ook aan u vraag ik: « Beleef uw doopsel an uw vormsel, die u voor het hele leven getekend hebben ». Met Christus kunt gij zeggen: « De Geest des Heren rust op mij ». Wat kan hij vandaag in u uitwerken?

Eerst en vooral kan hij het geloof dat in u ontkiemd is verdiepen en ontwikkelen. Blijf niet bij een vage sentimentele binding, bij routine, die het gevaar loopt niet te kunnen weerstaan aan de rationele vragen van onze tijd. Doe integendeel recht aan de eisen van de geest, die de Waarheid wil doorgronden.

In het verleden steunde het katholicisme in België op sterke tradities. Dit was, ondermeer, omdat de socio-culturele bewegingen wisten te putten uit de bronnen van hun geloof en omdat ze hun denken en doen inspireerden aan een diepere visie van de christelijke boodschap. Anderzijds heeft het eenvoudige geloof van de mensen in deze streken niet minder bijgedragen tot de vitaliteit van de christelijke traditie, dan de intellectuele inspanningen. Ik nodig u allen uit om dit diepe geloof, deze jeugdigheid van het hart te vinden of terug te vinden. Ja, vandaag moet u op een vernieuwde manier bewust worden van de fundamenten van uw geloof, met zijn ethische implicaties, om uw eigen bijdrage te leveren tot de Kerk, en tot de opbouw van uw samenleving.

Vraag ook aan de Heilige Geest de kracht om rekenschap te kunnen afleggen van dit geloof. Buiten de liturgische belijdenis van het credo zijn er veel gelegenheden om het geloof duidelijk te manifesteren, met respect voor hén die het niet delen, maar die misschien, zoals de Ethiopiër uit de Handelingen, wachten tot iemand het hen openbaart, op een manier die zij kunnen verstaan. Laat ons toch nooit, uit angst of schaamte, weigeren getuigenis af te leggen. Wie zal, in een geseculariseerde wereld, de mensen helpen die twijfelen of die bekoord worden door onverschilligheid, tenzij christenen die doorzichtig zijn, die gelukkig zijn te geloven en die de moed hebben hun geloof uit te spreken.

Het getuigenis van het woord is echter slechts dan geloofwaardig als de dagelijkse levenswijze overeenstemt met het geloof, met al de eisen van het geloof, zoals de Kerk die in herinnering brengt. « Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is »[11].

Mocht gij genoeg putten uit de bronnen van het gebed opdat het levend geloof zou dòòrdringen in uw levenswijze en in uw daden van liefde, trouw, zuiverheid, waarheid, rechtvaardigheid en vrede!

En laten wij ons geen illusies maken. De trouw onderstelt een strijd tegen de krachten van het kwaad, dat werkzaam is in onszelf n in de wereld. Door het vormsel zijn wij gezalfd om gesterkt te zijn, om met Christus te strijden. Meer nog, de trouw onthoudt ons det de tegenkantingen, het lijden, de veerstand van de mensen, je zelfs hun vervolging. Op dit ogenblik worden er in de Kerk hele christelijke gemeenschappen dagelijks geconfronteerd met een nieuw soort martelaarschap. De Heilige Geest schenkt de leerlingen van Jezus de kracht om dat te verdragen zonder te wankelen, zonder te vervallen in onpassende compromissen, zonder anderzijds agressief of hatelijk te worden. De gaven van de Heilige Geest leiden tot vrede, tot vergiffenis, tot sereniteit en uiteindelijk tot vreugde.

9. Geliefde Broeders en Zusters, het is met dit diep geloof en met deze kracht van de Heilige Geest dat gij als getuigen van Christus gezonden zijt temidden van de wereld. Uw getuigenis is wel altijd persoonlijk, maar het krijgt nog meer invloed als gij samen getuigt: de Heer zond zijn leerlingen twee aan twee uit. Uw engagement neemt de vorm aan van een dubbele dienst. Enerzijds begoogt het de opbouw van de Kerk, wanneer ge, volgens uw mogelijkheden en charisma's, actief deelneemt aan de vervulling van de verschillende taken van de christelijke gemeenschappen, ondermeer de catechese, het gebed, de wederzijdse steun. Anderzijds wil uw engagement ook, in de geest van het Evangelie, bijdragen tot de verbetering van het leven der maatschappij, opdat de vrede groeit, opdat de rechtvaardigheid zich vestigt, opdat de armen weer hoop krijgen, opdat het leven geéerbiedigd wordt, opdat de liefde het wint op ikzucht en haat.

Gij herinnert u de woorden van Jezus: « De geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevan- genen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer »[12].

10. De hele Kerk is missie, nu en altijd. Sommigen onder u hebben dat beter dan anderen begrepen: ze hebben er al hun krachten willen aan wijden, door hun vaderland te verlaten er naar verre landen te trekken.

Duizenden missionarissen zijn afkomstig uit het Vlaamse volk. Dit is een genade voor u en voor de universele Kerk. Zij zijn uitzonderlijk gevoelig geweest voor Jezus' gebod op de dag van de Hemelvaart: « Maakt alle volkeren tot mijn leerlingen »[13]. Zij zijn vertrokken naar Afrika, naar Azië, naar Amerika, naar Oceanië. Sommigen zijn hier vandaag in ons midden, op doortocht in België, vooraleer terug te keren naar hun missie, ofwel op rust, na de vervulling van hun zware taak. In naam van de Kerk, dank ik alle Belgische missionarissen. Hun taak is nu zeker anders dan vroeger. Vandaag dienen zij op een nieuwe manier de jonge Kerken, die, precies dank zij hun inspanningen van gisteren, hun eigen persoonlijkheid verworven hebben en die zelf hun bijdrage leveren tot de wereldkerk door hun vitaliteit. Toch blijven de missionaire geest en het dienstwerk van de missionarissen, priesters, religieuzen en leken even noodzakelijk. Zonder missionarissen kan de Kerk niet leven.

Zij helpen bovendien de lokale Kerk in België om zich niet op zichzelf terug te plooien, om open te staan voor de noden van de broeders en de zusters in de andere landen en om hun getuigenis te aanvaarden.

Tenslotte brengen zij alle gedoopten en gevormden in dit land, jongeren en ouderen, in herinnering, dat zij hier ter plaatse een apostolaat te vervullen hebben, in hun familie, in hun school, in hun wijk en in hun verkmidden. De levenskracht van deze Kerk hangt hiervan af, nu en in de toekomst.

11. Het missiewerk is nooit louter menselijke inzet, nog minder is het onbescheiden propaganda. Het is getuigenis dat eerbied opbrengt voor de naaste en hem opwekt en uitnodigt tot het goede, tot het geloof.

Het is eerst en vooral antwoord op het verlangen van de Heer; het eerste dat hij ons leerde vragen aan onze Vader in de Hemel, is: « Uw naam worde geheiligd », dit wil zeggen: uw naam worde gekend, geëerbiedigd, aanbeden, bemind en gebiend. Het missiewerk begint met het gebed.

Het is ook opvolging van het gebod des Heren: « Gij zult van mij getuigen ». Het is medewerking met de Heilige Geest. Het vraagdt een geestelijke voorbereiding.

Gedurende deze dagen, waarop het mij gegeven is uw vaderland te bezoeken, vraag ik u allen, geliefde Broeders en Zusters, om samen terug te keren naar het Cenakel:

daar is de Kerk ontvangen en is zij geboren;

daar heeft Christus de Eucharistie ingesteld;

daar hebben de Apostelen, na de Hemelvaart, met Maria, in volhardend gebed, gewacht op de komst van de de vervulling van de grote Belofte van Pasen.

Laten ook wij daarheen gaan!

Laten wij, in de geest, op bedevaart gaan naar de bronnen van ons geloof!

Naar de aanvang van de Kerk!

Dat Christus ons op de dag van Pinksteren de Helper laat ontvangen. Dat wij in heel ons leven de nieuwe kracht van het geloof mogen ontvangen, die geboren wordt uit de adem Heilige Geest, de Geest der Waarheid! Amen!


[1] Io. 15, 26.

[2] Ibid. 14, 16.

[3] Ibid. 14, 16-17.

[4] Ibid. 15, 26.

[5] Io. 15, 27.

[6] Io. 14, 16-17; 15, 26-27.

[7]Cfr. Rom. 6, 3-4. 8

[8]Luc. 4, 18.

[9] Io. 14, 17.

[10] Ps. 97 (98), 1. 4.

[11] Matth. 5, 16.

[12] Luc. 4, 18. 19.

[13] Matth. 28, 19.

 

 

© Copyright 1985 - Libreria Editrice Vaticana

 

top